Onze belevenissen

Onderweg

Wat er echt gebeurd is, en niet wat er gepland was — stuk voor stuk neergeschreven naarmate het binnenkomt.

Live
Aangevuld terwijl we reizen

Dingen doorsturen

Stuur door wat je hebt, in welke staat ook — een paar regels getikt op je gsm, een lijstje namen, iets dat misliep, een maaltijd om te onthouden, iemand die je ontmoet hebt. Het wordt uitgeschreven, bij het juiste stuk van de reis gezet, en als het de raad elders op de site verandert, worden die andere pagina's mee aangepast.

Handig als je het hebt: ongeveer wanneer, ongeveer waar, en wie erbij was. Al de rest is optioneel. Foto's mag je er gewoon bij steken, met een bijschrift.

Twee soorten berichten houden we best uit elkaar: wat er gebeurd is, dat komt hier, en wat we over de plek geleerd hebben, dat gaat naar Veldnotities. Is het allebei, dan schrijven we het hier uit en linken we het daar door.

Nepal

26 – 28 september en 6 – 17 oktober · Kathmanduvallei, Bandipur, Sarangkot, Mardi Himal, Pokhara, Chitwan, Bhaktapur

Kathmanduvallei

26 – 28 september · Patan, Boudhanath, Pashupatinath

Nog niets binnen

De aankomst, de eerste avond in Patan, de tempeldag. En alles van de Indra Jatra-drukte, als jullie tot op Durbar Square geraakt zijn.

Bandipur & Sarangkot

6 oktober · de lange weg naar het westen

di 6 oktober · Kathmandu → Bandipur → Sarangkot

Over de Prithvi Highway naar het westen

Terug uit Bhutan landden we ’s ochtends in Kathmandu, en daar stond onze privéchauffeur al te wachten. In plaats van nog een binnenlandse vlucht te nemen, reden we in één ruk naar het westen: de vallei uit over de rand bij Naubise, en dan de Prithvi Highway af, de belangrijkste weg tussen Kathmandu en Pokhara.

Over die weg: de Prithvi Highway is zo’n 200 kilometer lang en werd in de jaren 1970 aangelegd met Chinese hulp. Hij volgt een groot deel van de tijd de rivier de Trishuli, langs raftingkampen, hangbruggen en eindeloze rijen vrachtwagens die goederen uit India aanvoeren. Omdat het de levensader van het land is, zit hij vaak vol, en wie de afstand op de kaart ziet, schrikt van de reistijd: reken op zes tot acht uur. Bij Mugling komen de rivieren samen en splitst de weg naar het zuiden af; daarna volgt de weg de Marsyangdi tot Dumre.

Een motorrijder met helm en blauwe jas op een blauw-zwarte motor op een asfaltweg, met een vangrail en een begroeide muur erachter.
Motoren overal: het eigenlijke verkeer van Nepal.
Twee blauwe driewielige tempo’s op een straat tussen gebouwen met uithangborden, met voetgangers en motoren.
Tempo’s, de driewielige taxi’s van de kleinere steden.
Een houten kar vol hangende zakjes snacks en kleurrijke verpakkingen langs de weg, voor een betonnen huis met balkons.
Een snackkar langs de baan.

De vrachtwagens zijn kunstwerken. Onderweg zie je honderden zwaarbeladen Tata-trucks, en bijna allemaal zijn ze beschilderd: bloemen, ogen, snorren op de grille, namen van goden, en teksten als ‘Road King’ of ‘Horn Please’. Die traditie komt uit India en Pakistan, maar ze leeft volop in Nepal. Een chauffeur woont zowat in zijn cabine, dus hij laat ze opsmukken als zijn eigen huis, en de godennamen en amuletten moeten hem beschermen op wegen waar dat geen overbodige luxe is.

Een frontaal gefotografeerde Tata-vrachtwagen, volledig beschilderd in rood, groen en blauw, met slingers, versieringen op de cabine en de woorden Road King op de bumper.
‘Road King’, zoals er honderden rijden.
Een beschilderde vrachtwagen met een zwart zeil over de laadbak, schuin van voren, op een open terrein met grind.
Beladen en opgesmukt, op weg naar Pokhara.

Tussenstop in Bandipur. Bij Dumre klimt een smal bochtig weggetje naar Bandipur, een Newari-handelsstadje op een bergkam op zo’n 1.030 m. Eeuwenlang was het een halte op de handelsroute tussen India en Tibet. Toen de Prithvi Highway door het dal werd aangelegd, liep de handel er voorbij en liep het stadje bijna leeg, maar precies daardoor bleef het bewaard: de hoofdstraat is autovrij, met bakstenen koopmanshuizen uit de 18e en 19e eeuw, houten balkons en kleine tempels.

De autovrije hoofdstraat van Bandipur: een brede, met stenen geplaveide straat tussen oude bakstenen huizen met houten balkons, terrasjes en bloemen, met een hond die midden op straat ligt te slapen.
Bandipur: geen auto’s, enkel een hond die midden op de bazaar slaapt.

Daarna reden we door naar Pokhara en de bochten op naar Sarangkot, waar we de nacht voor de Mardi Himal-trek sliepen.

Prithvi HighwayBandipuronderweg

Mardi Himal

7 – 11 oktober · vijf dagen, van Kande tot Mardi Himal Base Camp op 4.500 m, met gids Ram

Het weer zat ons de eerste drie dagen niet mee. Het regende veel, de hele dag door, het was erg mistig en van uitzicht was er nauwelijks sprake, enkel ’s ochtends heel even. Op de vierde dag, de dag van de top, klaarde de hemel volledig open, en ’s nachts was er verse sneeuw gevallen: heel ongewoon voor begin oktober, wanneer het moessonseizoen normaal net voorbij is en de lucht helder en droog wordt.

De route zoals we ze echt liepen, een beetje anders dan gepland: Kande → Pitam Deurali → Rest Camp → High Camp → Base Camp en terug naar Forest Camp → via Kalimati naar Lumre. Alle foto’s van de trek staan in ons Google Foto’s-album.

Trekdag 1wo 7 oktober · Kande → Pitam Deurali
wo 7 oktober · Kande → Pitam Deurali

Kennismaken met Ram, en de eerste trappen

De avond ervoor, in Sarangkot, maakten we kennis met Ram, onze lokale gids, die ons de hele tocht zou begeleiden. We overliepen samen de route en spraken af hoe we de vijf dagen zouden indelen. De volgende ochtend reden we in de regen naar Kande, en vandaar ging het te voet bergop, over stenen paden en trappen langs Australian Camp, tot Pitam Deurali.

Twee van ons met rugzakken lopen over een stenen pad langs een theehuis met bloempotten en manden, in een groen dorpje.
De eerste stenen paden, langs de theehuizen.
Een grazig pad naar een paar theehuizen met blauwe daken, met twee wandelaars, en daarachter besneeuwde toppen boven beboste hellingen en wolken.
Aankomst bij Pitam Deurali, met de Annapurna-toppen in de verte.

Bij Pitam Deurali buigt de route af van het drukke pad naar het Annapurna Base Camp, het noorden in, het bos van eiken en rododendrons in. Vanaf hier is het de rustigere Mardi Himal-route.

KandePitam DeuraliRam
Trekdag 2do 8 oktober · Pitam Deurali → Rest Camp
do 8 oktober · Pitam Deurali → Rest Camp

Door het bos naar Rest Camp

Een pad met stenen treden door dicht, vochtig groen bos met mos, varens en bomen.
Treden door het mosbos.
Twee muilezels met zadeltassen en rode versieringen op een smal bospad tussen bemoste bomen.
Muilezels brengen alles naar boven.

Dag twee was een lange, natte dag door het bos: stenen treden, mos, varens en wortels, met af en toe een karavaan muilezels die het eten en het gas voor de theehuizen naar boven brengen. Net als in Bhutan is er boven geen weg, dus alles wat je in een theehuis eet of drinkt, is op een dierenrug of een mensenrug naar boven gekomen.

Een rood golfplaten dak met in witte letters Hotel Golden View Rest Camp, met daarachter wolken over beboste bergen.
Onze slaapplek: Hotel Golden View in Rest Camp.

We sliepen in Rest Camp, in een eenvoudig theehuis: een houten kamer, dikke dekens en een eetzaal met een kachel, waar iedereen zich ’s avonds verzamelt.

Rest Campbostheehuis
Trekdag 3vr 9 oktober · Rest Camp → High Camp
vr 9 oktober · Rest Camp → High Camp

Uit de bomen, de graat op

Boven Low Camp houdt het bos op, en loop je plots op een smalle, open graat met aan beide kanten een steile helling. Het pad slingert over de kam omhoog, door goudbruin gras en lage rododendrons, met de wolken nu vaak onder je, al zagen wij die dag vooral mist. Bovenaan ligt High Camp op zo’n 3.580 m, het laatste theehuisdorpje, met blauwe daken op een open helling.

Een smal pad over een steile grashelling, met wolken en bergen in de verte.
Het pad over de graat.
Uitzicht over een graat met een pad dat omhoog slingert naar een paar gebouwen met blauwe daken, in mist en wolken.
High Camp in zicht, met de wolken eronder.
Een paar theehuizen met blauwe daken op een open helling onder een groene berg met wolken.
High Camp, 3.580 m.
High Campgraat
Trekdag 4za 10 oktober · High Camp → Base Camp → Forest Camp
za 10 oktober · Mardi Himal Base Camp, 4.500 m

Om half vier vertrekken, in de sneeuw naar het basiskamp

Om half vier ’s nachts vertrokken we, met hoofdlampjes, door de verse sneeuw die die nacht gevallen was. Na drie dagen regen en mist was de hemel volledig opengeklaard. Boven ons de sterren, en daaronder het silhouet van de Machhapuchhre.

Een pad in de sneeuw in het donker, verlicht door een hoofdlamp.
Half vier, hoofdlampjes, sneeuw.
De spitse top van de Machhapuchhre en andere besneeuwde bergen onder een sterrenhemel in het eerste ochtendlicht.
Machhapuchhre onder de sterren.
Het donkere silhouet van de Machhapuchhre tegen een oranje gloed aan de horizon bij zonsopgang.
En dan de zonsopgang.

Eerst naar het View Point, en daarna verder tot Mardi Himal Base Camp, op zo’n 4.500 m: het hoogste punt van onze hele reis. Recht tegenover je staat de Machhapuchhre (6.993 m), de ‘vissenstaart’ met zijn dubbele top. De berg is heilig voor de Gurung en is sinds de jaren 1950 gesloten voor beklimmers; hij is officieel nog nooit beklommen. De Mardi Himal zelf (5.587 m) is eigenlijk de kleinere, vooruitgeschoven top ervan.

Twee mensen bij een bord van Mardi Himal Base Camp in de sneeuw, met een enorme besneeuwde bergwand en een blauwe lucht erachter.
Mardi Himal Base Camp, 4.500 m.
Ram en twee van ons juichen met de armen in de lucht in de sneeuw, voor een witte bergwand en een blauwe lucht.
Met Ram, op het hoogste punt van de reis.
Twee van ons in donsjassen, wang aan wang, met de besneeuwde Machhapuchhre en de zon erachter.
Wij twee, en de vissenstaart.

Daarna ging het terug naar High Camp voor een welverdiend ontbijt, en dan in één ruk naar beneden tot Forest Camp (2.520 m), waar we de laatste nacht sliepen. Bijna 2.000 meter dalen op één dag: de knieën hebben het geweten.

Base CampMachhapuchhresneeuwRam
Trekdag 5zo 11 oktober · Forest Camp → Kalimati → Lumre → Sarangkot
zo 11 oktober · Forest Camp → Kalimati → Lumre

Een andere weg naar beneden

De laatste dag namen we vanuit Forest Camp een andere route naar beneden, naar Kalimati, waar we rond negen uur aankwamen en nog iets dronken. Daarna verder naar Lumre, waar we lunchten. Van daar reed een privéjeep ons terug: eerst zetten we Ram thuis af, en daarna ging het naar Sarangkot, net op tijd voor de zonsondergang.

De besneeuwde spitse top van de Machhapuchhre tussen de takken van hoge bomen door, onder een blauwe lucht.
Een laatste blik op de vissenstaart, tussen de bomen.
Iemand van ons met een blauwe rugzak daalt af over een smal pad op een steile grashelling, met diep beneden een groene vallei.
Afdalen over de grashellingen.
Iemand van ons met een blauwe rugzak en wandelstokken loopt over een stenen pad tussen lage stenen muren en huizen in een dorpje.
Door een dorpje op weg naar Kalimati.
Uitzicht over een diepe groene vallei met rijstterrassen en een rivier in de bodem, onder een blauwe lucht.
De vallei bij Lumre, en dan de jeep.

Over Ram: een lokale gids maakt op zo’n trek het verschil. Sinds 2023 is een erkende gids in Nepal trouwens verplicht op de meeste trekkingroutes, maar met Ram voelde het eerder als op stap zijn met iemand die de bergen kent als zijn achtertuin. Hem thuis afzetten was een mooi slot.

KalimatiLumreSarangkotRam

De laatste dagen

11 – 17 oktober · Sarangkot, Pokhara, Chitwan, Bhaktapur en Kathmandu tijdens Dashain

zo 11 oktober · Sarangkot

Terug op Sarangkot, met vliegers in de lucht

Iemand staat op een dakterras naast een watertank en kijkt naar twee vliegers in een lichtblauwe avondlucht, met bergen in de verte.
Vliegers boven Sarangkot: het is Dashain.
Uitzicht door de open ramen van een eetzaal op een tafel, planten en een balkon, met een berg in het avondlicht.
Uitzicht vanuit onze kamer.
Silhouetten van heuvels en een hoge berg in oranje avondlicht, met een verlicht gebouw op de voorgrond.
De zon zakt achter de heuvels.

Na de trek terug op Sarangkot, en net op tijd voor de zonsondergang. Overal in de lucht hingen vliegers, en dat is geen toeval: op 11 oktober begon Dashain, het grootste feest van Nepal, en in deze weken laten jong en oud vanaf de daken vliegers op. Volgens de traditie herinneren ze de goden eraan dat het niet meer hoeft te regenen. Na drie natte dagen op de berg leek dat een prima idee.

De zon net boven de horizon tussen lagen blauwe heuvels, met een oranje lucht.
Zon boven de heuvels.
Uitzicht van op Sarangkot over de vallei van Pokhara in nevelig avondlicht, met wolken en een glimp van besneeuwde toppen.
De vallei van Pokhara, van op Sarangkot.

Sarangkot ligt op zo’n 1.600 m op een kam boven het meer van Pokhara, en is beroemd om zijn uitzicht op de hele Annapurna-keten, van de Dhaulagiri tot de Machhapuchhre. Op heldere ochtenden staat het uitkijkplatform al vol nog voor de zon op is. Alle foto’s van Sarangkot staan in ons Google Foto’s-album.

SarangkotDashainvliegers

Nog te komen

Twee dagen Pokhara en het meer, de bus naar Chitwan en de jungle met neushoorns, de terugrit naar Kathmandu, Bhaktapur in de namiddag, en hoe Dashain er van binnenuit uitzag.

Bhutan

28 september – 5 oktober · acht dagen van Paro over Thimphu, Punakha en Phobjikha terug naar Paro

Dag 1ma 28 september · Aankomst in Paro, Thimphu
ma 28 september · KB401 Kathmandu → Paro

Binnenvliegen langs het dak van de wereld

Besneeuwde Himalaya-keten onder een diepblauwe hemel, gezien door een vliegtuigraam met de vleugeltip rechts; twee hoge toppen steken boven de rest uit, met wolken die over de donkere valleien eronder drijven.
Vanaf de linkerkant, richting oost: hoogstwaarschijnlijk de Everest links en de Makalu, de strakke piramide, rechts.

Een van de mooiste momenten van de hele reis, en het duurde amper een uur. Links gaan zitten loonde: zodra het vliegtuig uit de vallei klom, schoof de hele bergketen langs het raam — sneeuw van de ene kant van het beeld tot de andere, de hoogste toppen vrij boven al de rest, en daarachter het Tibetaanse plateau als een vlakke bruine streep. Al dat gedoe over de stoeltoewijzing meer dan waard.

DrukairEverestlinkerkant
ma 28 september · Paro International Airport

Tussen de heuvels naar beneden, en zo het platform op

Een Drukair-toestel met een oranje draak op de staart, geparkeerd op het platform in Paro; passagiers komen de trap af en wandelen over het tarmac, met een steile, met dennen begroeide helling erachter onder een helderblauwe hemel.
Paro: geen slurven, geen bussen naar de terminal — gewoon de trap af en over het tarmac, met de valleiwand zo dichtbij dat je de bomen kunt tellen.

Na de Himalaya de afdaling: het vliegtuig laveert door de Paro-vallei, met beboste kammen aan beide kanten, voor een laatste bocht naar de landingsbaan . Dan de trap af, warme zon, dunne zuivere lucht op zo'n 2.200 m, en een eerste blik op Bhutanese gebouwen — zelfs de luchthaven is in traditionele stijl gebouwd, beschilderde raamkozijnen incluis.

Waarom deze landing zo bijzonder is. Paro ligt op 2.235 m in een smalle vallei, omringd door bergen tot meer dan 5.000 m. De landingsbaan is maar 2.265 meter lang — voor een passagiersjet op deze hoogte, waar de ijle lucht vliegtuigen sneller laat landen en langer laat uitrollen, is dat krap. Een rechte aanvlieglijn is er niet: de piloot vliegt de vallei in, laveert langs de hellingen en draait pas op het laatste moment, laag boven de huizen, in lijn met de baan. Dat gebeurt volledig op zicht, zonder instrumentlandingssysteem dat het toestel naar beneden leidt, en daarom wordt er alleen overdag en bij goed weer geland. Wie hier wil vliegen, heeft een aparte opleiding en bevoegdheid nodig; volgens de cijfers die circuleren zijn dat er wereldwijd maar enkele tientallen — zo'n 25 tot 50, bijna allemaal piloten van Drukair en Bhutan Airlines. Wij werden dus door een van hen naar beneden gebracht.

ParoDrukairaankomst
ma 28 september · Thimphu

Een hoofdstad zonder verkeerslichten

Een verkeersagent in donker uniform en met witte handschoenen regelt het verkeer met één arm in de lucht, vanuit een rijk beschilderd paviljoentje op een rotonde in Thimphu; een tweede agent staat ernaast, met witgekalkte gebouwen met gesneden, beschilderde houten ramen op de achtergrond.
Het paviljoentje op Norzin Lam, de hoofdstraat van Thimphu, waar het verkeer nog altijd met de hand geregeld wordt.

Thimphu heeft, zoals bekend, geen verkeerslichten. Er is er ooit eens een geplaatst, maar de inwoners klaagden dat het te onpersoonlijk was, dus ging hij weer weg en regelt de politie het kruispunt opnieuw vanuit dit beschilderde paviljoentje — elk gebaar strak, witte handschoenen en al. Een paar minuten kijken is een goede kennismaking met het land: alles een tikje trager, bedachtzamer en rijker versierd dan strikt nodig.

Thimphustraatleven
ma 28 september · School of Arts and Crafts, Thimphu

Zelf een gebedsvlag drukken

Een bezoeker wrijft rode stof over een gesneden houtblok terwijl een jonge student in een grijze gho de stof plat houdt, in een atelier vol blauwe, witte, rode en groene bedrukte gebedsvlaggen en een bordje met Lungta Printing.
Lungta drukken: stof over een geïnkt houtblok, met de hand ingewreven, terwijl een student ze recht houdt.

De school leert de dertien traditionele ambachten — schilderen, houtsnijden, beeldhouwen, borduren en de rest — en bezoekers mogen er eentje uitproberen. Wij mochten lungta drukken, de 'windpaard'-gebedsvlaggen die je over elke pas en elke brug ziet hangen: de stof gaat over een gesneden en geïnkt houtblok en wordt ingewreven tot het paard, de gebeden en de vier beschermdieren tevoorschijn komen. De vijf kleuren staan voor de elementen, en het idee is dat de wind de gebeden van de vlag meeneemt. Nu we er zelf een gemaakt hebben, kijken we anders naar elke slinger.

Thimphuambachtengebedsvlaggen
Dag 2di 29 september · Thimphu, Dochula, Punakha
di 29 september · Motithang Takin Preserve, Thimphu

Het nationale dier, gemaakt van restjes

Een donkerbruine takin, een zwaar, geitachtig dier met een dikke nek en korte hoorns, stapt over een rotsige beek met kleine watervalletjes eronder, in een zonovergoten bos.
Een takin die zich een weg zoekt door de beek in het reservaat boven Thimphu.

De takin ziet eruit alsof hij in elkaar gestoken is met reserveonderdelen, en volgens de Bhutanese legende is dat ook precies wat er gebeurd is. In de 15e eeuw vroegen dorpelingen aan de heilige Drukpa Kunley — de 'Goddelijke Gek', de meest geliefde en minst fatsoenlijke heilige man van Bhutan — om een mirakel. Hij eiste een hele koe en een hele geit als middagmaal, at ze allebei op, zette dan de kop van de geit op het geraamte van de koe, knipte met zijn vingers, en het beest stond op en wandelde weg om te gaan grazen.

Zoölogisch is het een geitantilope, het nauwst verwant aan de muskusos en het schaap, en gebouwd voor steile, koude hellingen: een dikke, vettige vacht, een grote ramsneus die de lucht opwarmt bij het inademen, en tot 350 kg op verrassend wendbare poten. In 2005 werd hij het nationale dier. Het reservaat bestaat eigenlijk bij toeval — Thimphu had ooit een kleine zoo, die de Vierde Koning sloot omdat dat niet boeddhistisch was, maar de vrijgelaten takins weigerden te vertrekken en bleven door de straten van de hoofdstad zwerven op zoek naar eten, dus kregen ze in de plaats dit stuk bebost heuvelland.

ThimphudierenDrukpa Kunley
di 29 september · Wangditse Lhakhang, boven Thimphu

De wandeling naar Wangditse

Een stoffig pad door een zonnig dennenbos, langs een groot rotsblok, met slingers verbleekte blauwe, witte, rode, groene en gele gebedsvlaggen tussen de bomen.
Het pad door de dennen, behangen met lungta.
Een witte tempel met een rood dak en een gouden spits op een grazige bergkam onder een diepblauwe hemel, beboste bergen erachter en rechts beneden de gebouwen van Thimphu, uitgespreid langs de vallei.
Wangditse op zijn bergkam, met Thimphu beneden in de vallei.
De binnenkoer van de Wangditse-tempel: witgekalkte muren onder diepe, gesneden en beschilderde houten dakranden en raamkozijnen, bloempotten op de treden, en twee mensen die over de plavuizen wandelen richting een uitzicht op verre bergen.
Op de binnenkoer: gesneden, beschilderde dakranden en bloemen op elke trede.

Een wandeling over de helling boven de stad — door blauwe dennen, onder slingers gebedsvlaggen door, en zo een open bergkam op met Thimphu aan je voeten. Wangditse Lhakhang werd in 1715 gesticht en is een van de oudste tempels rond de hoofdstad; na eeuwen van aardbevingen en slijtage werd hij de voorbije jaren zorgvuldig gerestaureerd, en daarom ziet het houtwerk er zo fris uit.

Over de vlaggen: de gekleurde langs het pad zijn lungta, zoals degene die we de dag ervoor gedrukt hadden — blauw, wit, rood, groen en geel voor hemel, wolk of lucht, vuur, water en aarde, altijd in die volgorde opgehangen. Telkens de wind ze beweegt, worden de gebeden volgens het geloof naar buiten gedragen, dus een vlag die grijs verbleekt, doet gewoon haar werk. De hoge witte vlaggen aan palen, zoals de groep naast de tempel, zijn iets anders: manidar, in reeksen van 108 opgericht voor iemand die gestorven is.

Thimphuwandelinggebedsvlaggen
di 29 september · Middagmaal

Aardappelmomo's en ting momo's

Een tafel met borden geplooide gestoomde momo's, grote gedraaide witte gestoomde broodjes, kommen romige soep bestrooid met koriander, en een hoog glas met een melkachtig drankje.
Vooraan ting momo's — gedraaid, gestoomd, zonder vulling — met daarachter aardappelmomo's en soep.

Momo's kwamen vanuit Tibet over de bergen en zijn nu even Bhutanees als Nepalees, maar de vullingen zijn hier eerder vegetarisch: aardappel, kool en vooral kaas, vaak met een flinke stoot chili. Dat is niet alleen een kwestie van smaak. Dieren doden past slecht bij het Bhutanese boeddhisme, dus er wordt in het land heel weinig geslacht — het meeste vlees op een Bhutanese menukaart komt uit India, en in de heilige maanden van de maankalender is de verkoop ervan helemaal verboden.

De ting momo (of tingmo) is de eenvoudige: een lap deeg ingestreken met olie, gevouwen en tot een knoop gedraaid, en dan gestoomd. Er zit niets in, en dat hoort ook zo — het is het brood dat je in stukken scheurt om een curry of een kom soep mee op te deppen.

etenmomo's
di 29 september · Dochula-pas, ~3.100 m

108 chortens op de pas

Rijen kleine witte chortens met rode banden en donkere daken op een groene terrasheuvel, met bovenaan een grotere chorten, omlijst door bomen, met blauwe bergkammen en torenhoge witte wolken erachter.
De Druk Wangyal-chortens, met de oostelijke Himalaya verstopt achter de wolken.

De weg van Thimphu naar Punakha steekt de bergketen over via de Dochula, en de top van de pas wordt bekroond door de 108 Druk Wangyal-chortens — 108 is het heilige getal in het boeddhisme, het aantal kralen op een mala. Ze zijn recent: in 2004 gebouwd door de oudste koningin-moeder, Ashi Dorji Wangmo Wangchuck, ter nagedachtenis van de Bhutanese soldaten die sneuvelden in december 2003, toen het leger Indiase separatistische militanten uit hun kampen in de zuidelijke bossen verdreef. De tempel op de helling ernaast eert de Vierde Koning, die de troepen zelf aanvoerde.

Op een heldere dag — vooral op winterochtenden — ligt de hele oostelijke Himalaya erachter op een rij, met onder meer de Gangkar Puensum van 7.570 m, de hoogste berg ter wereld die nog nooit beklommen is. Bhutan sloot zijn hoge toppen in de jaren negentig af voor bergbeklimmers, uit respect voor de goden die er volgens het geloof wonen, dus dat blijft waarschijnlijk zo. Wij kregen wolken in de plaats, wat op 3.100 m nu eenmaal de regel is.

Dochulachortensgeschiedenis
di 29 september · Punakha

Een korte wandeling in Punakha

Een tempel en een lange rij kleine witte chortens langs een groene bergkam in de avondzon, met beboste bergen en torenhoge witte wolken erachter.
Een tempel met zijn rij chortens in het avondlicht, op de bergkam aan de overkant van de vallei.
Een wit gebouw van vier verdiepingen met gesneden, beschilderde houten erkers en een breed overstekend dak, een blauw verticaal bord met Hotel Khuruu Khuruu, en een bruine ezel die vooraan in de berm graast.
Hotel Khuruu Khuruu, genoemd naar het nationale dartsspel, met een ezel in de berm.
Een zalmroze gebouw met rijk beschilderde erkers, draken en een koninklijk portret op de gevel, een kruidenierszaak en drankwinkel op het gelijkvloers met dozen buiten opgestapeld, en een kleine leverwagen van Bhutan Biscuit ervoor.
Een groothandel in kruidenierswaren, uitgedost als een klein paleis, met het koninklijk portret boven de deur.

Na de kou van de Dochula zakt de weg meer dan 1.800 m naar Punakha, en het voelt als een ander land: warm, groen, rijstterrassen beneden langs de rivieren. Punakha was tot 1955 de hoofdstad van Bhutan, en de vallei ligt laag genoeg om de plek te zijn waar de kloostergemeenschap overwintert.

Een wandeling door het stadje toont de regel die je overal begint op te merken: volgens de wet moet elk gebouw in Bhutan er Bhutanees uitzien. Een groothandel, een middenklassehotel, een betonblok dat nog in de bamboestellingen staat — allemaal krijgen ze de gesneden houten erkers (rabsel), de geschilderde lotussen en draken, en het brede dak dat op een open ruimte boven de bovenste verdieping rust, wat in een boerderij een open zolder is om hooi en chilipepers te drogen. Boven de deur hangt het koninklijk portret — dat vind je in elke winkel, elk kantoor en elk restaurant.

En dan de naam van het hotel: khuru is het nationale dartsspel, gespeeld met zware, handgemaakte pijlen die je naar een klein doelwit op 20 meter of meer gooit — terwijl het andere team bij het doel staat te roepen en te dansen om je van je stuk te brengen.

Punakhaarchitectuurkhuru
di 29 september · Dhumra, Punakha

Nacht in Dhumra

Een nachtzicht naar beneden in een donkere vallei: een grote dzong in warm goud verlicht onderaan, verspreide lichtjes van huizen op de hellingen, en een heldere maan die rechtsboven door een dunne wolkenlaag breekt.
De Punakha Dzong verlicht in de vallei beneden, en een bijna volle maan boven de heuvels.

De eerste van twee nachten in Dhumra, op de helling boven de vallei. Na het donker wordt het hele landschap zwart, op een handvol lichtjes van boerderijen na — en de Punakha Dzong, goudkleurig verlicht, die lijkt te zweven. De maan was een paar dagen voorbij vol, helder genoeg om schaduwen te werpen.

Dzongs zijn tegenwoordig enkel nog in naam burchten: het zijn nog altijd gebouwen in volle werking, half klooster en half districtsbestuur, met monniken op de ene binnenkoer en ambtenaren op de andere.

PunakhaDhumranacht
Dag 3wo 30 september · Punakha
wo 30 september · Logeren op een boerderij, Punakha-vallei

Een ochtend op een boerderij

Onze gastvrouw loopt blootsvoets door een lange boerderijkeuken met een houten vloer, met gevlochten manden aan de muren, bundels rijst aan de plafondbalken, een koelkast, en ingelijste portretten van de koningen op de houten wand achteraan.
De boerderijkeuken: manden aan de muur, rijst die aan de balken droogt, de koningen op de achterwand.
Drie mensen onder een boom: onze gids in een donkere gho, onze gastvrouw in een gestreept hemd en geweven rok, en een van ons met een witte sjaal om de nek, die een klein kopje zelfgemaakte ara omhoog houdt.
Onze gids, onze gastvrouw, en voor de gast een witte sjaal en een kopje ara van het huis.

Een ochtend op een werkende boerderij in de vallei, waar we ontvangen werden als familie. Traditionele Bhutanese boerderijen zijn gebouwd uit aangestampte aarde en hout, zonder één enkele nagel, met de familie op de bovenverdieping, dieren en opslag beneden, en de open zolder onder het dak om te drogen. De rijst aan de balken is de nieuwe oogst — eind september kleuren de rijstvelden van Punakha, de rijstschuur van Bhutan, goud en wordt er binnengehaald. En op de achterwand, zoals in elk huis in het land, de koningen.

Een vrouw die een grote zwarte metalen distilleerketel boven een houtvuur verzorgt, in een door rook zwartgeblakerde keuken, met opstijgende stoom en een witte doek rond de naad tussen de onderste pot en de bovenste kom gewikkeld.
Ara stoken: gegist graan onderaan, een kom koud water bovenop, een doek om de naad af te dichten.
Een traditionele houten hefboompers die neerdrukt op een gevlochten rieten ring vol geplette saffloerzaden, met goudkleurige olie die uit een tuitje in een pan eronder loopt.
Een houten hefboompers die saffloerolie door een gevlochten rieten ring perst.

Ara is de sterkedrank van de boerderij, en elk huishouden stookt zijn eigen — van rijst, maïs, gerst, tarwe of gierst, wat de boerderij ook maar teelde. Het gegiste graan wordt in de onderste pot verhit; de damp stijgt op, botst tegen de onderkant van een kom koud water die erbovenop staat, condenseert, en druppelt in een kopje dat binnenin verstopt zit. De lap rond het midden houdt de stoom binnen. Wat eruit komt is helder en gaat van zacht tot fel, en wordt warm geschonken, soms met boter en een roerei erin, als ochtenddrankje. De etiquette wil dat de gastheer aanbiedt en de gast een of twee keer weigert — meshu meshu, 'nee, nee' — voor hij aanneemt; het kopje blijft hoe dan ook komen.

Daarnaast de oliepers: geplette saffloerzaden worden in een gevlochten rieten ring gestopt, een zware balk wordt er met een hefboom op neergedrukt, en de olie loopt eruit via een tuitje dat in de voet is uitgesneden. Saffloer is de distelachtige plant waarvan de oranje bloemblaadjes vroeger een goedkope vervanger voor saffraan waren; hier wordt hij geteeld voor het zaad, en de olie gaat rechtstreeks de boerderijkeuken in. Het is zo'n ding dat vroeger op elke boerderij stond en dat nog maar weinigen gebruiken.

Een uitgestald hapje op een tapijt op de grond: houten kommen met geroosterde rijst en platgeslagen maïs, een kom met een donker korrelig gerecht omrand met gepofte rijst, groene mokken, kleine amberkleurige glaasjes voor ara, en een aluminium theepot.
Op de grond, zoals het hoort: thee uit de aluminium pot, ara in de kleine glaasjes, en kommen geroosterde rijst en platgeslagen maïs om van te knabbelen.

Daarna ging iedereen op de grond zitten voor thee en een hapje. Bhutanese gastvrijheid draait op thee — meestal suja, boterthee met zout in plaats van suiker — en op kommen geroosterde rijst (zaw) en platgeslagen, geroosterde maïs om tussen de kopjes door met handenvol te eten. Bij ons kwam er zelfgemaakte ara bij, uit diezelfde distilleerketel. De witte sjaal op de foto met onze gids is een khadar, de sjaal van welkom en goede wensen die een gast krijgt; je neemt hem met beide handen aan.

Punakhalogeren bij een familiearaeten
wo 30 september · Khamsum Yulley Namgyal Chorten

Door de rijst omhoog naar de chorten van de koningin

Een hoge tempel met drie verdiepingen, vergulde daken en een gouden spits, recht van voren gezien aan het eind van een stenen pad tussen twee zonnige gazons, met beboste heuvels erachter.
Khamsum Yulley Namgyal Chorten, recht van voren.
Dezelfde tempel vanaf een hoek, met zicht omhoog op de verdiepingen met gesneden en beschilderde dakranden, gouden dakboorden en de spits tegen een diepblauwe hemel.
Drie verdiepingen houtsnijwerk en bladgoud.
Zicht naar beneden in een lange groene vallei vanaf een met dennen begroeide heuveltop: een turquoise rivier die kronkelt tussen goudgroene rijstterrassen en boerderijen, met beboste bergkammen aan beide kanten.
Het uitzicht van bovenaf: de Mo Chhu en de rijst, klaar om geoogst te worden.

Een wandeling vanaf de rivier door de rijstvelden — nu goudkleurig, een week of twee voor de oogst — naar een tempel op een heuveltop boven de Mo Chhu. Hij ziet er eeuwenoud uit, maar is het niet: de Khamsum Yulley Namgyal Chorten werd besteld door koningin-moeder Ashi Tshering Yangdon Wangchuck en in 1999 ingewijd, gebouwd om de toenmalige kroonprins, nu de Vijfde Koning, te beschermen en om vrede in de wereld te brengen. De naam betekent ruwweg 'de chorten van de overwinning op de drie werelden'.

Wat hem bijzonder maakt, is hoe hij ontworpen werd. Er kwamen geen bouwplannen van een architect aan te pas; de bouwers werkten met verhoudingen die in boeddhistische geschriften vastliggen, zoals tempels eeuwenlang gemaakt werden. Binnen staan de verdiepingen vol grote, woeste beschermgoden — vooral Vajrakilaya, die met zijn rituele dolk zwaait — en trappen leiden naar een dakterras met het uitzicht van de laatste foto: de hele vallei, rivier en rijstterrassen, tot ver terug richting Punakha.

Punakhatempelwandeling
wo 30 september · Hangbrug van Punakha

De brug die verend meegeeft

Zicht over een lange, smalle hangbrug van stalen planken met zijkanten van gaas boven een brede turquoise rivier, met mensen die oversteken richting een grazige helling, in zacht avondlicht.
Zo’n 180 meter staal en kabel over de Pho Chhu — voor iedereen open.

Net stroomopwaarts van de dzong steekt een lange hangbrug de Pho Chhu over — met zo'n 160 à 180 meter de langste van Bhutan. Ze beweegt onder je voeten, heen en weer en op en neer, en nog meer als iemand in het midden besluit eens uit te testen hoeveel. Iedereen mag erover, en de meeste bezoekers van Punakha doen dat ook. Ze werd in 1997 gebouwd om de dzong te verbinden met de dorpjes aan de overkant — Shengana, Samdingkha en Sangkha — en de mensen daar gebruiken ze nog altijd elke dag, tussen de toeristen, de selfies en de gebedsvlaggen langs de kabels door.

De twee rivieren die bij Punakha samenkomen, vormen een mannelijk en een vrouwelijk paar: de Pho Chhu ('vaderrivier') en de Mo Chhu ('moederrivier'), waar we vanaf de chorten op neergekeken hadden. De Punakha Dzong ligt op de landtong waar ze samenvloeien.

Punakhabrug
wo 30 september · Dhumra, Punakha

Schemering boven de dzong

Een weids schemerzicht vanaf een helling: de Punakha Dzong gloeit goud van de lichtjes waar twee rivieren samenkomen, met rijstvelden en boerderijen die zich verder de vallei in uitstrekken, en gelaagde blauwe bergen onder een zachte avondhemel.
De Punakha Dzong waar de twee rivieren samenkomen, vanuit Dhumra, net toen de lichten aangingen.

De tweede avond in Dhumra, en deze keer waren we er bij valavond: het licht dat van de rijstvelden wegtrok en de dzong die oplichtte, precies op de plek waar de Pho Chhu en de Mo Chhu samenvloeien. De Punakha Dzong werd in 1637–38 gebouwd door de Zhabdrung, de Tibetaanse lama die Bhutan verenigde, en zijn volledige naam, Pungthang Dewa Chhenbi Phodrang, betekent 'paleis van het grote geluk'. Het is de op een na oudste en op een na grootste dzong van het land, de plek waar de Eerste Koning in 1907 gekroond werd en waar de Vijfde Koning in 2011 trouwde — en ergens binnenin, verzegeld in een kapel waar maar weinig mensen binnen mogen, wordt het gebalsemde lichaam van de Zhabdrung nog altijd bewaard.

PunakhaDhumradzong
Dag 4do 1 oktober · Punakha Dzong, naar Phobjikha
do 1 oktober · Punakha Dzong

In kira naar het paleis van het grote geluk

Een man in een gestreepte gho schikt een rode, geweven sjaal over de schouder van een van ons, die een gele kira draagt met een zwart brokaatjasje met gouden bloemen, naast de auto op een parking.
Laatste hand: de rachu gaat over de linkerschouder.
Iemand van ons in gele kira met rode rachu loopt, van achteren gezien, door een beschilderde poort in een witte stenen muur naar een lange overdekte houten brug.
Door de poort naar de overdekte brug over de Mo Chhu.

Op de parking kregen we eerst de klederdracht aan, en daar komt meer bij kijken dan je zou denken. De kira is een groot rechthoekig geweven doek dat tot op de enkels om het lichaam gewikkeld wordt, op de schouders vastgezet met zilveren spelden (koma) en in de taille met een geweven gordel (kera). Daaronder een blouse, de wonju, en daarover een kort jasje, de tego. Voor een dzong komt daar nog één ding bij: de rachu, een smalle geweven sjaal over de linkerschouder voor vrouwen. Mannen dragen bij hun gho een kabney, een lange sjaal waarvan de kleur je rang toont — wit voor gewone burgers, rood voor wie door de koning geëerd is, saffraangeel enkel voor de koning en de Je Khenpo.

Voor Bhutanezen is die kledij verplicht in een dzong; van toeristen verwacht niemand het. Maar wie het toch doet, krijgt er heel wat glimlachen voor terug. De weg naar binnen gaat over de Bazam, de overdekte vrijdragende houten brug over de Mo Chhu. Het origineel spoelde in 1958 weg bij een overstroming; de huidige brug is een reconstructie uit 2008, gebouwd op de oude manier.

Een steile houten trap boven aan een brede stenen trap naar de ingang van de dzong, onder rijk beschilderd houtwerk; bezoekers en een man in een zwarte gho met een crèmekleurige sjaal staan op het plein ervoor.
De steile houten trap naar de ingang — vroeger op te trekken bij een aanval.
Een binnenplaats van de dzong: witte muren met grote, rijk gesneden en beschilderde houten erkers onder brede dakranden, een geplaveid plein en beboste heuvels op de achtergrond.
Een van de binnenplaatsen, met de erkers in goud, oranje en zwart.
Van onderen gezien: een overstekend dak en erkers vol gesneden en beschilderd houtwerk, met gouden lettergrepen in Tibetaans schrift, tegen een blauwe lucht.
Overal houtsnijwerk, en gouden mantra-lettergrepen op de balken.

Binnen begint het met een steile houten trap naar de toegangspoort. Die was bewust zo gebouwd: bij een aanval kon ze worden opgetrokken. Punakha Dzong heeft die verdediging nodig gehad — hier werden in de 17e eeuw meerdere Tibetaanse invallen afgeslagen, een overwinning die elk voorjaar nog wordt nagespeeld tijdens het Punakha Drubchen-festival, met mannen in oude wapenrusting.

Daarachter volgen drie binnenplaatsen: eerst het bestuur van het district, dan de vertrekken van de monniken, en helemaal achteraan de grote tempelhal met reusachtige beelden van de Boeddha, Guru Rinpoche en de Zhabdrung. Elke centimeter houtwerk is gesneden en beschilderd, en op de balken staan in goud de lettergrepen van mantra’s. Hier woont ook de Je Khenpo, het hoofd van de Bhutaanse monniken, met het hele centrale kloosterlichaam — maar alleen in de winter. Zodra het in Punakha te warm wordt, trekken ze naar Thimphu.

De gevel van de grote tempelhal: een lange rij gesneden en beschilderde houten vensters boven een veranda met grote muurschilderingen, waaronder een levenswiel en een oude man onder een boom; schoenen staan in een rij op het plein voor de trap.
De tempelhal, met het levenswiel en de man van het lange leven op de muren — en de schoenen netjes op een rij.
De lange witte buitenmuur van de dzong met rode banden en houten erkers, gezien vanuit de tuin: een vijver, gras, jonge boompjes in houten hekjes en een rode brandweerwagen tegen de muur, beboste heuvels erachter.
De buitenmuur vanuit de tuin, met de vijver — en de brandweerwagen die er altijd klaarstaat.

Voor de grote tempelhal gaan de schoenen uit; de muurschilderingen op de veranda zie je bij bijna elke Bhutaanse tempel terug. Het grote rad is het levenswiel: de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte, vastgeklemd in de klauwen van de doodsgod. De oude man onder de boom is Tshering Gonpo, de man van het lange leven, met kraanvogels en herten rond zich — symbolen voor gezondheid en ouderdom. En de rode brandweerwagen aan de buitenmuur staat er niet voor de sier: Punakha Dzong brandde de voorbije eeuwen meermaals af, werd in 1897 zwaar beschadigd door een aardbeving en in 1994 nog getroffen door een overstroming toen hoger in de bergen een gletsjermeer doorbrak. Elke keer werd hij weer opgebouwd. In de tuin bloeien in het voorjaar de jacaranda’s paars.

Punakhadzongkiraklederdracht
do 1 oktober · Sangchen Dorji Lhuendrup

Uitzicht vanaf het nonnenklooster

Een rij kleine witte chortens met gouden spitsen en blauwe gebedsvlaggen op een grazige helling, met diep daaronder een beboste vallei en witte stapelwolken boven de bergen.
De rij chortens langs de helling, en de vallei diep beneden.

Hoog op een bergkam boven de vallei ligt het nonnenklooster Sangchen Dorji Lhuendrup. Met de nonnen zelf hebben we niet echt kunnen praten, maar het uitzicht maakte veel goed. Het klooster werd gebouwd in opdracht van Koningin-Moeder Ashi Tshering Yangdon Wangchuck — dezelfde die ook de Khamsum Yulley Namgyal Chorten liet bouwen — en is meer dan een klooster: het is een school waar jonge vrouwen boeddhistische filosofie studeren, maar ook vaardigheden als naaien, borduren en beeldhouwen leren. Dat is in Bhutan geen detail. Eeuwenlang hadden monniken alle kansen op scholing en nonnen nauwelijks; kloosters als dit moeten dat rechttrekken. In de tempel staat een groot bronzen beeld van Chenrezig, de bodhisattva van het mededogen.

Punakhanonnenuitzicht
do 1 oktober · op weg naar Phobjikha

Langs de rivier, en dan omhoog

Een snelstromende turquoise rivier met witte stroomversnellingen, daarachter goudgele rijstvelden, enkele witte traditionele boerderijen met beschilderde ramen, en een steile beboste helling.
Onderweg: rijst klaar voor de oogst, boerderijen en een wilde rivier.

De rit naar Phobjikha begint laag, langs de rivier en de gouden rijstvelden van de vallei, met boerderijen in de klassieke stijl: wit gekalkte muren, beschilderde ramen, een open zolder onder het dak. Daarna klimt de weg door de Nubding-vallei steeds hoger, van rijst en bananenbomen naar eiken, rododendrons en uiteindelijk dennen en mos, tot over de pas op meer dan 3.300 m. Op een paar uur rijden ga je van subtropisch naar alpien — en dat merk je aan de temperatuur.

onderwegPhobjikha
do 1 oktober · Phobjikha

Van de heuvel naar beneden, de kom in

Uitzicht vanaf een hoge helling met gele en witte wilde bloemen over de brede vallei van Phobjikha: graslanden, velden en verspreide boerderijen, een beboste heuvelrug met een klooster erop, en bergen met wolken op de kammen.
Phobjikha van bovenaf: de valleibodem, en op de beboste heuvel in het midden het klooster van Gangtey.

Het laatste stuk naar Phobjikha deden we te voet: van een heuvel boven de vallei, door wilde bloemen en dennenbos naar beneden, met de hele kom onder ons. Phobjikha ligt op ongeveer 3.000 m en is een van de weinige brede, vlakke gletsjervalleien van Bhutan — de bodem is deels moeras, en dat is precies waarom de zwarthalskraanvogels hier overwinteren. Op de beboste heuvel midden in de vallei zie je het klooster van Gangtey liggen, ons eindpunt.

Slingers van verbleekte gebedsvlaggen in blauw, wit, rood, groen en geel tussen houten palen op een grazige helling, met de vallei van Phobjikha en zonnestralen door de wolken op de achtergrond.
Gebedsvlaggen op de heuvel, met het klooster beneden in het zonlicht.
Van onderen gezien: een lange verticale gebedsvlag in vijf kleuren, bedrukt met tekst en kleine afbeeldingen van een paard, aan een houten paal tegen een blauwe lucht met wolken.
Een verticale vlag aan een paal: blauw bovenaan, geel onderaan, altijd in die volgorde.

Over de gebedsvlaggen. Op dag 1 drukten we er zelf een, en bij Wangditse zagen we de lange slingers en de witte vlaggen voor overledenen. Hier hangen ze allebei door elkaar, en wie van dichtbij kijkt, ziet wat erop staat. In het midden van elke vlag staat de lungta zelf, het windpaard, met een juweel op zijn rug dat geluk brengt; in de vier hoeken de vier krachtige dieren: tijger, sneeuwleeuw, garoeda en draak. Daaromheen staan gebeden en mantra’s, vaak met de naam of het geboortejaar van wie de vlag liet ophangen. De vijf kleuren gaan altijd in dezelfde volgorde: blauw (lucht), wit (wind of wolken), rood (vuur), groen (water) en geel (aarde). Vlaggen worden opgehangen op een dag die een astroloog gunstig acht, op hoge plekken waar de wind vrij spel heeft. Een oude vlag haal je niet weg; je laat hem verbleken en uitrafelen, want dan heeft de wind zijn werk gedaan, en je hangt er gewoon een nieuwe naast.

Phobjikhawandelinggebedsvlaggen
do 1 oktober · Gangtey Goemba

Een tentenkamp voor de leraar

Een groot tentenkamp van blauwe zeilen en kleine tenten op een zanderig terrein voor een klooster met een gouden dak, een witte pick-up op de voorgrond en mensen tussen de tenten, met wolken over de bergen erachter.
Honderden tenten rond Gangtey: families die dagen tot weken blijven om te luisteren.

Normaal zouden we hier aanschuiven bij het gezang van de monniken, maar het klooster bleek omringd door een dorp van blauwe zeilen en tentjes. Er was een religieuze samenkomst aan de gang die volgens onze gids tot 25 dagen kon duren. Mensen uit heel het land komen ervoor, nemen hun dekens en potten mee, en blijven tot het einde. Onze gids regelde dat we toch even de tempel in mochten.

De gevel van een gele tempel met gouden dakranden en een dharmawiel met twee herten, een rij grote portretten van lama’s en koningen, een groen net voor de veranda, beeldschermen aan weerszijden en trappen vol bloempotten met een rode loper.
De tempel, ingericht als podium: portretten van lama’s en koningen, schermen links en rechts, een rode loper.

Wat we zagen, past bij wat in Bhutan een lung of wang heet. Bij een lung, een mondelinge overdracht, leest een hooggeplaatste lama een hele reeks heilige teksten hardop voor — soms de volledige Kanjur, de woorden van de Boeddha in meer dan honderd banden. Wie het hoort, krijgt de zegen van die teksten mee, ook zonder elk woord te begrijpen. Dat duurt al gauw weken, van ’s ochtends tot ’s avonds, en daarom kamperen mensen erbij. Een wang is een inwijding, een zegen om met een bepaalde beoefening te mogen beginnen. De schermen naast de tempel zijn er voor wie buiten zit: de ‘master’, zoals onze gids hem noemde, zingt en preekt binnen, en iedereen in het kamp volgt mee.

Gangtey Goemba zelf is het belangrijkste klooster van de Nyingma-school in West-Bhutan. Het werd in 1613 gesticht door Gyalse Pema Thinley, kleinzoon van de grote schatvinder Pema Lingpa, en is nog altijd de zetel van zijn opeenvolgende reïncarnaties, de Gangtey Trulku’s. Tussen 2001 en 2008 werd het klooster helemaal heropgebouwd door lokale ambachtslui, op de traditionele manier. Het jaarlijkse Gangtey Tshechu met gemaskerde dansen viel dit jaar eind september, net voor we aankwamen — wat we zagen, was dus iets anders, en voor de gelovigen misschien nog belangrijker.

PhobjikhaGangteyklooster
do 1 oktober · Hotel Phobjikha

Avond in de kraanvogelvallei

De brede, vlakke valleibodem van Phobjikha in het avondlicht: geelgroen grasland met grazende koeien, boerderijen aan de bosrand links, beboste heuvels en bergen met laaghangende wolken en een grote wolkenlucht.
De valleibodem bij aankomst: koeien, gras en wolken. Over een maand staan hier de kraanvogels.
Zicht door drie hoge, gebogen houten vensters met beschilderde stijlen op de vallei van Phobjikha bij zonsondergang, met een tafel en twee plantjes in silhouet op de voorgrond.
Diner met uitzicht: de vallei door de vensters van de eetzaal.

Aan het eind van de dag kwamen we aan in Hotel Phobjikha, aan de rand van de valleibodem. Eén blik naar buiten en je begrijpt waarom de zwarthalskraanvogels hier elk jaar terugkomen: een wijde, vlakke kom van moerasgras, omringd door beboste bergen, zonder hoogspanningskabels (die liggen hier onder de grond) en met weinig meer beweging dan de koeien die er grazen.

Vanaf eind oktober strijken hier zo’n vijfhonderd tot zevenhonderd zwarthalskraanvogels neer, na een vlucht over de Himalaya vanaf de Tibetaanse hoogvlakte. In Bhutan zijn ze heilig: volgens de overlevering cirkelen ze bij aankomst drie keer rond het klooster van Gangtey, en bij vertrek in februari opnieuw. Op 11 november, de dag dat ze er zijn, viert de vallei het Kraanvogelfestival, met dansen van kinderen die in kraanvogelkostuums de vogels nadoen. Wij waren er een maand te vroeg — maar aan tafel, met de vallei in de laatste zon achter die drie vensters, hadden we geen klagen. En ’s nachts op 3.000 m werd het, zoals voorspeld, koud.

Phobjikhahotelkraanvogels
Dag 5vr 2 oktober · Phobjikha, naar Lobesa
vr 2 oktober · Phobjikha

Een ochtendwandeling door de kraanvogelvallei

Een tempel met een rood dak en een gouden spits en lange witte bijgebouwen op de valleibodem van Phobjikha, met geelbruin gras op de voorgrond, een beboste berg en grote witte wolken in een blauwe lucht.
Een tempel op de valleibodem, met de beboste berg erachter.

De dag begon te voet: van de valleibodem langs de flank omhoog naar het klooster van Gangtey, over een smal pad door het gras. Dit is het gebied van de Gangtey Nature Trail, een wandeling van een paar kilometer tussen het klooster en de dorpjes en tempels in de vallei, door dennenbos en open weiland, bijna zonder hoogteverschil. Het is een van de mooiste korte wandelingen van Bhutan, en ’s ochtends, als de wolken nog over de kammen hangen, ben je er zo goed als alleen.

Iemand van ons op een grazige heuvelrug naast een klein wit gemetseld chorten-huisje met een dak van leisteen, met daarachter de brede vlakke vallei, dorpjes aan de bosrand en bergen in de wolken.
Een klein chorten langs het pad, met de hele vallei erachter.
Iemand van ons stapt over een smal zandpad op een grazige helling, met een zwarte paraplu tegen de zon, met daarachter een dorp, gebedsvlaggen en een beboste berg.
Een paraplu tegen de zon, op z’n Bhutaans.

Langs het pad staan kleine witte chortens met een dak van leistenen, op plekken waar volgens de lokale overlevering een geest of godheid huist; je loopt er met de klok mee langs. En de paraplu is geen grap: op 3.000 m is de zon fel, en Bhutanezen gebruiken een paraplu net zo vaak tegen de zon als tegen de regen.

Een man in een gestreepte gho met een pet zit op de voorgrond op een grazige helling en kijkt uit over de vallei waar zwarte koeien grazen rond een klein houten hutje, met boerderijen aan de bosrand en een beboste berg.
Een boer houdt een oogje op zijn koeien op de valleibodem.
Portret van een oudere man met een witte baard en een gebreide muts, in een gestreepte gho, zittend in het gras met een kleine handgebedsmolen in de ene hand en een gebedssnoer in de andere, met de vallei vaag op de achtergrond.
Gebedsmolen in de ene hand, mala in de andere.

Hoger op de helling zat een oudere boer in het gras, uit te kijken over zijn koeien op de valleibodem. In zijn ene hand draaide hij een handgebedsmolen: in het cilindertje zit een opgerolde strook papier met duizenden keren de mantra Om mani padme hum, en elke draai met de klok mee telt als het opzeggen ervan. In zijn andere hand een mala, een gebedssnoer van 108 kralen. Bidden en het vee hoeden gaan hier gewoon samen. In de zomer grazen de koeien vrij op het moerasgras; vanaf eind oktober moeten ze de vallei delen met de kraanvogels, en de boeren hier verbouwen vooral aardappelen, het belangrijkste gewas van Phobjikha.

PhobjikhawandelingGangtey
vr 2 oktober · Gangtey Goemba

Gangtey, deze keer zonder tentenkamp

De gevel van de grote tempelhal van Gangtey Goemba aan een leeg geplaveid binnenplein: witte muren, rijk gesneden en beschilderde houten vensters in rood, goud en bruin, een grote thangka van een toornige godheid boven de ingang, en lange kloostergebouwen links en rechts.
De grote tempelhal van Gangtey, met een thangka boven de ingang.

Na de wandeling kwamen we boven aan het klooster, en nu lag het binnenplein er stil bij. De centrale tempel, de tshokhang, rijst op uit een vierkant van kloostergebouwen met de cellen en klaslokalen van de monniken, net als bij een kleine dzong. Al het houtwerk dat je ziet is nieuw: bij de restauratie van 2001–2008 bleek het oude hout door houtworm aangetast, en ambachtslui uit de streek hebben het hele gebouw steen voor steen en balk voor balk opnieuw opgebouwd. Boven de ingang hing een grote thangka, een religieuze schildering op doek, van een toornige beschermgod: die worden op feestdagen en bij grote ceremonies opgehangen, hier vermoedelijk voor de samenkomst die nog bezig was.

PhobjikhaGangteyklooster
vr 2 oktober · Phobjikha

Met de fiets door de vallei

Iemand van ons met een fietshelm staat naast een oranje mountainbike bij een lemen huisje en kijkt uit over de vallei met velden, boerderijen en een beboste heuvel waarop het klooster van Gangtey ligt.
Even pauzeren boven de vallei, met Gangtey op de heuvel.
Iemand van ons fietst lachend over een onverharde weg langs een klein wit huisje met een rode band, beschilderde ramen en een gouden spits, gebouwd boven een beekje, met twee hoge gebedsvlagpalen en beboste bergen erachter.
Langs een huisje boven een beekje: waarschijnlijk een watergebedsmolen.

Daarna op de mountainbike. Phobjikha is ideaal om te fietsen: de valleibodem is breed en vlak, er is nauwelijks verkeer, en tussen de dorpjes lopen zand- en grindwegen. We maakten een lus die een stuk de helling op ging, voor een beter zicht over de vallei. Onderweg kom je kleine huisjes tegen die boven een beek gebouwd zijn: daarin draait vaak een watergebedsmolen (chukhor), aangedreven door het stromende water. Zo blijft de mantra dag en nacht draaien, en volgens het geloof zegent het water alles wat stroomafwaarts leeft.

Uitzicht tussen dennentakken door over een houten hek op een roodbruin veld, groene weilanden, boerderijen en een beboste heuvel met bovenop het klooster van Gangtey, onder grote witte wolken.
Over het hek: een roodbruin akkertje en Gangtey op zijn heuvel.

Het roodbruine veld op de voorgrond is vermoedelijk boekweit, dat hier in de herfst rood kleurt voor de oogst. Boekweit en aardappelen zijn de gewassen van deze hoge, koude vallei, waar rijst niet groeit: van boekweit maken ze in Bhutan pannenkoeken (khuli) en noedels (puta).

PhobjikhafietsenGangtey
vr 2 oktober · van Phobjikha naar Lobesa

Lunch met uitzicht, thee onderweg, en rijst bij zonsondergang

Glazen kommen met Bhutaanse gerechten op een houten tafel voor een raam: aardappelschijfjes in kaassaus, gestoofde groene bladgroente, noedels, stukjes vlees, groenten met chili en een kom chili in kaassaus, met door het raam de vallei en een spitse beboste berg.
Lunch aan het raam, met de vallei van Phobjikha erachter.
Een wit bord met rode rijst, noedels, gestoofde bladgroente, aardappelschijfjes in kaassaus, stukjes vlees en groene chilipepers in kaassaus.
Een bord van alles: rode rijst, kewa datshi, ema datshi en de rest.

Voor we de vallei verlieten, nog een lunch met uitzicht: een tafel aan het raam, met alles in kommetjes om zelf op te scheppen. Op ons bord de klassiekers die bij bijna elke Bhutaanse maaltijd terugkomen: rode rijst, ema datshi (chilipepers in kaassaus), kewa datshi (aardappel in kaassaus), gestoofde bladgroente, noedels en wat vlees. Het principe is altijd hetzelfde: veel rijst, en een paar pittige of romige gerechten om erbij te nemen.

Jack, onze chauffeur, in een gestreepte gho, en Dawa, onze gids, in een zwarte gho, met iemand van ons met een kop thee in de hand, in zetels rond een lage tafel met mokken en een kom gepofte rijst, in een houten kamer met grote beschilderde vensters en een rij portretten van de koningen onder het plafond.
Thee en zaw met Jack (chauffeur, gestreepte gho) en Dawa (gids, zwarte gho), onder de rij portretten van de koningen.

Halverwege de rit stopten we voor thee in een wegrestaurant, op aanraden van Jack, onze chauffeur, samen met hem en met Dawa, onze gids. Binnen een houten kamer met grote vensters op het bos, een kom zaw (gepofte rijst) op tafel om bij de thee te eten, en onder het plafond de vertrouwde rij portretten: alle vijf de koningen van de Wangchuck-dynastie, van de Eerste Koning (1907) tot de huidige, met het koninklijke gezin erbij. Zo’n stop is in Bhutan bijna een ritueel: de wegen zijn traag en bochtig, en de pauzes lang en gezellig.

Terrassen met goudgele en groene rijst in het avondlicht, met een groot wit hotel met beschilderde vensters op de helling rechts en blauwe bergen in de verte onder een lichtroze lucht.
De rijstterrassen naast Lobesa Boutique Hotel, net voor de oogst.

Aan het einde van de dag kwamen we aan bij Lobesa Boutique Hotel, weer lager, op zo’n 1.350 m in de warme vallei tussen Punakha en Wangdue. Vlak naast het hotel liggen rijstterrassen, en we maakten nog een wandeling tussen de velden terwijl het licht wegviel. De rijst staat er goudgeel en is bijna klaar voor de oogst, wat in deze vallei begint in oktober. Wat een contrast met de ochtend: van aardappelen en boekweit op 3.000 m naar rijst op 1.350 m, op één dag.

PhobjikhaLobesaetenrijst
Dag 6za 3 oktober · Chimi Lhakhang, Paro
za 3 oktober · Chimi Lhakhang, bij Lobesa

De tempel van de Goddelijke Gek

Een monnik in een rode pij staat blootsvoets op de drempel van een tempeldeur met een rijk geborduurd gordijn, onder een beschilderd houten afdak; voor de trap staan schoenen in een rij.
Een monnik bij de tempeldeur. Schoenen blijven beneden.
Een vrouw in een gestreepte kira loopt langs de tempeldeur met een groot houten fallussymbool op haar rug gebonden, terwijl een lachende monnik toekijkt en een andere vrouw met haar gsm filmt.
Drie keer rond de tempel, met het houten symbool op de rug.

Het korte verhaal. Lang geleden, rond 1500, leefde er een heilige man die Drukpa Kunley heette, de ‘Goddelijke Gek’. Hij was een monnik die zich níét als een brave monnik gedroeg: hij dronk, zong schunnige liedjes, flirtte met iedereen en lachte met de deftige lama’s. Zijn idee: je raakt mensen beter wakker met een schok en een grap dan met een saaie preek. Hij is dezelfde man die volgens de legende de takin in elkaar zette, zie dag 2.

Waarom dan die fallussen? Drukpa Kunley versloeg volgens de verhalen boze geesten en demonen met wat hij zijn ‘vlammende donderkeil van wijsheid’ noemde. Daarom zie je in heel Bhutan fallussen geschilderd op huizen en hangen er houten exemplaren onder de dakranden: ze houden boze geesten en roddels weg. Het is dus geen grap en ook niet vies bedoeld, gewoon bescherming, zoals bij ons een hoefijzer boven de deur.

En de tempel? Chimi Lhakhang werd in 1499 gebouwd door zijn neef, op de plek waar Drukpa Kunley een demon zou hebben vastgezet. Het is de vruchtbaarheidstempel van Bhutan: koppels die graag een kind willen, komen hier een zegen vragen. Een monnik tikt je op het hoofd met een houten fallus, en de vrouw loopt met zo’n houten symbool op haar rug drie keer rond de tempel. Velen komen later terug om hun baby te laten zegenen, en de monniken geven het kind dan soms een naam.

PunakhaChimi LhakhangDrukpa Kunley
za 3 oktober · Chimi Lhakhang

Bij de astroloog

Een monnik in een rode pij buigt zich over een opengeslagen boekje met tabellen in Tibetaans schrift op een rood-blauw brokaatkleed en kijkt tegelijk op zijn gsm, met een geel beschilderde muur en een vaas bloemen erachter.
De astroloog leest onze gegevens af: boekje met tabellen in de ene hand, gsm in de andere.

Bij de tempel gingen we ook langs een astroloog, een monnik met een boekje vol tabellen (en een gsm). Voor ons allebei kregen we: onze geluksdag en slechte dag, ons geluksgetal, onze gelukskleur, en welke boeddha of godheid we best vereren.

Hoe werkt dat? Bhutaanse astrologie komt uit Tibet en lijkt een beetje op de Chinese. Je geboortejaar hoort bij een dier (twaalf in totaal: muis, os, tijger, haas, draak, slang, paard, schaap, aap, haan, hond, varken) en bij een element (hout, vuur, aarde, ijzer of water). Samen geven die een cyclus van zestig jaar. De astroloog combineert dat met de dag en het uur van je geboorte, zoekt het op in de tabellen, en leest daaruit af welke dagen goed of slecht voor je zijn en wat bij je past.

Waarom is dat belangrijk? In Bhutan gaat bijna niets groots zonder astroloog. Een huwelijk, een nieuw huis, een reis, de datum van een begrafenis, het ophangen van gebedsvlaggen: altijd wordt eerst gevraagd welke dag gunstig is. Zelfs koninklijke plechtigheden worden zo gepland. Er is een eigen school voor astrologie, en elk dorp kent wel iemand die het kan.

Punakhaastrologie
za 3 oktober · Paro

Over de kam naar Zuri Dzong, en de dzong bij zonsondergang

Een hoge, vierkante witte stenen toren met een rode band en een breed dak, tussen dennen en struiken, tegen een lichte avondlucht.
Zuri Dzong, een van de oudste gebouwen van de vallei.
Een steile grashelling met hoog gras en een paar dennen, met rechtsboven de toren van Zuri Dzong op een rotsrand en links diep beneden de rijstvelden en het stadje Paro in het avondlicht.
De toren op zijn rotsrand, en Paro diep beneden.

Terug in Paro wandelden we de kam op naar Zuri Dzong, een kleine, stevige toren op een rotsrand hoog boven de vallei. Het is een van de oudste gebouwen van Paro: er stond hier al een versterking lang voor de grote dzong beneden gebouwd werd, en in een grot vlakbij zou Guru Rinpoche, de man die het boeddhisme naar Bhutan bracht, gemediteerd hebben. Het pad loopt over de kam vanaf het oude wachttorentje boven de dzong, en is kort maar steil.

Hoog uitzicht over de vallei van Paro bij laag avondlicht: goudgele rijstvelden, het stadje langs de rivier, en vooraan de grote witte Rinpung Dzong met rode daken, met bergen in de nevel.
De hele vallei van Paro, met Rinpung Dzong vooraan.

Vanaf de kam zie je de hele vallei in één keer: de rivier, het stadje met zijn ene hoofdstraat, en overal rijstvelden die nu goudgeel staan, net voor de oogst. En vooraan, als een schip op de helling, de Rinpung Dzong.

Goudgele rijstvelden in kleine percelen op de valleibodem, met traditionele witte huizen en een helling vol huizen erachter, in warm avondlicht met de zon achter de berg.
Rijst klaar voor de oogst, en de zon gaat onder achter de berg.
De grote witte Rinpung Dzong met rode band, houten vensters en zware daken op een heuvel boven een snelstromende rivier met bomen langs de oever, met op de heuvel erachter een rond torentje.
Rinpung Dzong boven de Paro Chhu, met de ronde Ta Dzong op de heuvel erachter.

We eindigden onderaan, bij de rivier. Rinpung Dzong, de ‘burcht op een hoop juwelen’, werd in 1644–1646 gebouwd door de Zhabdrung, dezelfde man die ook de dzong van Punakha bouwde. Net als die andere dzongs is hij half klooster, half bestuurscentrum. Het ronde gebouw op de heuvel erachter is de Ta Dzong, de oude wachttoren die nu het Nationaal Museum is. Wie films kijkt, herkent de dzong misschien: hier werden scènes van Little Buddha (1993) opgenomen. En elk voorjaar, op het Paro-festival, wordt hier bij zonsopgang een reusachtige thangka van vier verdiepingen hoog ontrold, enkel een paar uur lang.

Parowandelingdzong
za 3 oktober · Paro

Een zandmandala, en hem weer wegvegen

Een man met een bril buigt zich over een groot, ronde zandmandala op een rode tafel en laat met een metalen trechtertje fijn gekleurd zand vallen; de mandala heeft vierkante poorten, bloemmotieven en in het midden een lotus met gele lettergrepen.
Een meester aan het werk: korrel per korrel, met een metalen trechtertje.
Van bovenaf: twee kleine vierkante tegels met zelfgemaakte bloemmotieven in gekleurd zand, met daartussen negen schaaltjes zand in rood, zwart, gemengd, groen, wit, blauw, oranje, bordeaux en geel.
Onze eigen pogingen, met de negen kleuren zand ertussen.

Om de dag af te sluiten maakten we in Paro zelf een kleine zandmandala. Een mandala is een cirkelvormige tekening van de wereld zoals boeddhisten die zien, met in het midden een boeddha of godheid en daaromheen een paleis met vier poorten. Monniken maken ze met gekleurd zand dat ze korrel per korrel laten vallen uit een metalen trechtertje, en over een grote mandala doen ze dagen of zelfs weken. Dat werk is zelf de meditatie: je moet heel rustig en geconcentreerd zijn, anders loopt alles in elkaar over.

En dan vegen ze hem weg. Als de mandala af is, wordt er gebeden, en daarna vegen de monniken al het zand samen in één hoop. Een deel van dat zand wordt in een rivier gestrooid, zodat de zegen met het water meegaat. Het idee: niets is blijvend, ook iets heel moois niet waar je dagen aan gewerkt hebt. Wie dat echt begrijpt, hecht minder aan dingen en is daardoor gelukkiger. Onze tegeltjes waren een stuk eenvoudiger dan die van de meester, maar we hebben het principe wel begrepen.

Paromandalaboeddhisme
Dag 7zo 4 oktober · Bumdra-trek
zo 4 oktober · Bumdra-trek, dag 1

Omhoog naar Bumdra: verbrand bos, pakpaarden en een snor van mos

Een grasveld met dennen, tuinmeubelen en een parasol tussen witte koepeltenten en lage witte gebouwtjes, onder een blauwe lucht met witte wolken.
Highlands Glamping in Paro, waar we de nacht ervoor sliepen.

De nacht voor de trek sliepen we in Highlands Glamping in Paro, in een van de witte koepeltenten in de tuin. ’s Ochtends bracht de auto ons naar het vertrekpunt bij het Paro Valley Viewpoint, en vandaar ging het te voet bergop. De Bumdra-trek duurt twee dagen: vandaag omhoog naar het kamp op zo’n 3.800 m, morgen over de kam naar beneden naar het Tijgernest.

Iemand van ons zwaait lachend vanaf een smal pad tussen varens en struiken, in een bos van zwartgeblakerde, kale boomstammen, met verderop een klooster op een heuvel.
Even zwaaien tussen de verbrande stammen.
Iemand van ons staat met de handen in de zij op een pad en kijkt uit over een helling met kale, zwartgeblakerde bomen, groen struikgewas en verderop een klooster met rode daken op een heuvelkam boven de vallei.
Uitkijken over het brandgebied, met een klooster op de kam verderop.

Een groot stuk van het eerste deel liep door verbrand bos: hoge zwarte stammen zonder takken, en daartussen al volop nieuw groen, varens en jonge struiken. Bosbranden komen in Bhutan vooral voor in de droge winter en het voorjaar, en worden meestal door mensen veroorzaakt, met een vuurtje dat uit de hand loopt. Voor een land dat zijn bos in de grondwet heeft gezet, is dat een echt probleem. Maar je ziet ook hoe snel de natuur zich herstelt: onder de dode bomen groeit het nieuwe bos alweer.

Drie pakpaarden lopen achter elkaar over een bospad tussen roodbruine varens, met grote gevlochten manden op hun rug, waarvan één met groene gasflessen.
Pakpaarden op weg naar boven, met gasflessen in gevlochten manden.

Onderweg werden we ingehaald door een rijtje pakpaarden met grote gevlochten manden op hun rug, één ervan vol gasflessen. Daar zit het kamp bovenaan: er is geen weg naar Bumdra, dus alles wat er gebruikt wordt, van eten tot het gas om op te koken, gaat met paarden naar boven.

Close-up van iemand van ons die met twee vingers een plukje lichtgroen, draderig korstmos onder de neus houdt als een snor, in een bos.
Een snor van baardmos.

Hoger, waar het bos weer gezond is, hangen de takken vol lichtgroene slierten: baardmos (Usnea). Het is geen mos maar een korstmos, een samenwerking van een schimmel en een alg. Het groeit alleen waar de lucht heel zuiver is, dus het is eigenlijk een compliment voor de Bhutaanse lucht. En het blijkt ook een prima snor op te leveren.

ParoBumdratrek
zo 4 oktober · Bumdra-trek, lunch

Lunch in een klein klooster op de kam

Uitzicht tussen struiken door op een beboste heuvelkam en daarachter de brede vallei van Paro met rijstvelden, dorpen en de landingsbaan, onder grote stapelwolken.
Net voor het lunchpunt: de vallei van Paro, met de landingsbaan.
Een slinger verbleekte witte gebedsvlaggen hangt over het beeld, met daaronder bloeiende schermbloemen, een beboste heuvelkam en diep beneden de vallei van Paro.
Witte vlaggen over de vallei.

Het laatste stuk voor de lunch gaf steeds weidsere uitzichten. Diep beneden ligt de hele vallei van Paro, en wie goed kijkt, ziet de landingsbaan van de luchthaven waar we een week eerder landden: van hierboven is pas echt te zien hoe nauw de vallei is. De witte vlaggen over het pad zijn manidar, opgehangen ter nagedachtenis van een overledene, met gebeden die de wind verder draagt.

Een klein klooster met witte muren, beschilderde houten vensters en een gouden spits op een grazige helling, met een chorten, gebedsvlaggen en een pad dat ernaartoe leidt, onder een grijze lucht.
Het kleine klooster waar we lunchten.
Uitzicht van op de kam: een helling met struiken, slingers rode gebedsvlaggen, een chorten met rood dak naast het klooster, en in de verte bergkammen en een vallei onder grote wolken.
Het uitzicht vanaf het lunchpunt, met gebedsvlaggen over de helling.

Ons lunchpunt was een klein klooster op een kam, met een chorten ervoor en slingers gebedsvlaggen die over de helling hangen. Zulke afgelegen tempeltjes staan op plekken waar een heilige gemediteerd zou hebben of waar een plaatselijke beschermgod woont, en worden vaak door maar één of twee monniken of een verzorger onderhouden.

Een bord met rode rijst, broccoli en groenten, champignons en stukjes vlees in saus, een kommetje gele dal-soep, en daarachter metalen potjes met meer gerechten op een rood tapijt.
Lunch op het tapijt: rode rijst, dal en een paar gerechten uit de potjes.
Ons filmpje van het uitzicht en de binnenkant. Bekijk op YouTube

De lunch zelf ging zoals vaak in Bhutan: op een tapijt op de vloer, met potjes om uit op te scheppen. Rode rijst, een kom gele dal (linzensoep), groenten, champignons en wat vlees. Alles was naar boven gebracht door de pakpaarden en ter plaatse gekookt. In het filmpje zie je het uitzicht en hoe het er binnen uitzag.

ParoBumdratreketen
zo 4 oktober · Bumdra-trek, namiddag

Door de hagel naar het kamp

Een smal bospad volledig wit bedekt met een laag hagelkorrels, met groene struiken en bomen aan weerszijden.
Het pad na de hagelbui: wit als na een sneeuwval.
Een bordje aan een boom met de tekst Welcome to Bumdra, Elv: 3873 mtr, met daarachter een grazige helling, hoge gebedsvlaggen, een chorten, groene tenten en een klooster tegen een rotswand, onder een grijze lucht.
Aangekomen: Bumdra, 3.873 m.

Kort na de lunch sloeg het weer om, en kwamen we in een zware hagelstorm terecht. In een paar minuten lag het pad wit, alsof het gesneeuwd had, en van uitzicht was geen sprake meer. Dat is typisch voor de bergen in deze tijd van het jaar: het moessonseizoen loopt net af, en in de namiddag bouwen zich boven de kammen nog stevige buien op. Doorweekt maar heelhuids kwamen we aan in het kamp van Bumdra, op 3.873 m volgens het bordje: het hoogste punt waar we in Bhutan sliepen.

Bumdratrekweer
Dag 8ma 5 oktober · Tijgernest, Paro, afscheid
ma 5 oktober · Bumdra

Mist, paarden, en dan ineens blauw

Een bruin paard graast op een groene weide in dichte mist, met groene tenten en twee witte chortens vaag op de achtergrond, en rechts iemand in een blauwe donsjas die zich over een gevlochten mand buigt.
Ochtendmist in het kamp, en de bevoorradingspaarden lopen vrij rond.

De volgende ochtend hing het kamp eerst nog in de mist. De paarden die alles naar boven brengen, liepen vrij over het terrein te grazen tussen de tenten, terwijl de ploeg het ontbijt klaarmaakte. En toen trok het, binnen het uur, helemaal open.

Hoge gebedsvlaggen en twee witte chortens op een grasveld naast groene tenten, met links in de verte een besneeuwde bergtop boven een wolkenzee en rechts een rotswand met een klooster, onder een blauwe lucht.
Een uur later: blauw, een wolkenzee, en een besneeuwde top in de verte.
Een steile, zonbeschenen rotswand met een klooster met witte muren en beschilderde houten vensters tegen de rots gebouwd, boven een beboste helling met slingers gebedsvlaggen, en links in de verte een besneeuwde berg.
Het klooster van Bumdra, tegen de rotswand boven het kamp.

Plots zagen we wat we de dag ervoor gemist hadden: een wolkenzee onder ons, en in de verte een besneeuwde top van de hoge Himalaya, waarschijnlijk de Jomolhari (7.326 m), de heilige berg op de grens met Tibet. Boven het kamp hangt het kleine klooster van Bumdra tegen de rotswand, rond een grot waar mediterende monniken zich terugtrekken. De naam zou volgens de overlevering verwijzen naar honderdduizend dakini’s, hemelse vrouwelijke wezens, die hier ooit neergedaald zouden zijn. Daarna begon de afdaling naar het Tijgernest.

BumdrakloosterHimalaya
ma 5 oktober · van Bumdra naar het Tijgernest

Van bovenaf naar het Tijgernest

Een pad met houten traptreden door een bos van oude bomen waar lange slierten lichtgroen baardmos van de takken hangen; twee mensen dalen af, onder wie Dawa in een zwarte gho.
De afdaling door het baardmosbos, met Dawa voorop.
Het klooster van Paro Taktsang: witte gebouwen met rode banden en gouden daken, vastgebouwd tegen een loodrechte rotswand, met dennen ernaast en een groepje bezoekers op het terras onderaan.
Paro Taktsang, het Tijgernest, tegen de rotswand.

Van het kamp ging het naar beneden, eerst door een betoverend bos vol baardmos, oude eiken en rododendrons waar lange lichtgroene slierten van de takken hangen. En dan, van boven af, het moment waarvoor deze trek bestaat: het Tijgernest, Paro Taktsang, vastgeplakt tegen een loodrechte rotswand zo’n 900 meter boven de vallei. Wie zoals wij van Bumdra komt, ziet het eerst van bovenaf en loopt naar beneden, terwijl alle anderen vanaf de parking naar boven zwoegen.

Het korte verhaal: volgens de legende vloog Guru Rinpoche, de man die het boeddhisme naar Bhutan bracht, in de 8e eeuw hierheen op de rug van een tijgerin, en mediteerde hij drie jaar, drie maanden, drie weken en drie dagen in de grot achter het klooster om een demon te temmen. Het klooster zelf werd in 1692 rond die grot gebouwd. In 1998 brandde het grotendeels af; het werd steen voor steen heropgebouwd en in 2005 opnieuw ingewijd. Binnen zijn camera’s en gsm’s verboden, dus de foto’s neem je onderweg.

ParoTijgernesttrekGuru Rinpoche
ma 5 oktober · Paro

Terug in Paro, en nog één jhol momo

Een stoep in het centrum van Paro met beschilderde gebouwen in traditionele stijl, geparkeerde auto’s, en voetgangers onder wie Dawa in een zwarte gho, een monnik in een rode pij en vrouwen in kira.
De hoofdstraat van Paro, met Dawa en een monnik voor ons uit.
Jack, in een zwart T-shirt, eet met vork en lepel uit een kom met gefrituurde momo’s in een oranje, pittige saus.
Jack aan de jhol momo.

Na de lange afdaling naar de parking bracht de auto ons terug naar Paro. Een kort wandelingetje door de hoofdstraat, met zijn beschilderde gevels, monniken en vrouwen in kira tussen de geparkeerde auto’s, en dan aan tafel voor een laatste jhol momo: dumplings in een warme, pittige saus van tomaat en sesam. Na twee dagen trekken smaakte dat dubbel zo goed, ook voor Jack.

Paroetenmomo
ma 5 oktober · Paro

Het Nationaal Museum en de Rinpung Dzong

Een rond, wit stenen torengebouw met een rode band, kleine houten vensters en een rond dak met een kleiner torentje en gouden spits erbovenop, verbonden met een houten brug aan een muur, op een grasveld onder een blauwe lucht met wolken.
De Ta Dzong, de oude ronde wachttoren die nu het Nationaal Museum is.

Na de jhol momo gingen we nog langs het Nationaal Museum, in de Ta Dzong: de ronde wachttoren boven de Rinpung Dzong die we twee dagen eerder bij zonsondergang zagen. Hij werd in de 17e eeuw gebouwd om de dzong beneden te beschermen, met muren van meters dik, en is sinds 1968 een museum. De vorm is ongewoon voor Bhutan: rond, zoals een schelp, zodat er geen zwakke hoeken waren.

Negen beschilderde maskers aan een witte muur: in het midden een groot goudkleurig masker met een rode kroon en snor, eromheen maskers in blauw, rood, goud en wit, sommige met schedelkronen en een derde oog, met een uitlegbordje onderaan.
Guru Rinpoche in het midden, omringd door zijn acht gedaanten.
Een drukke, belichte vitrine vol kleine beschilderde beeldjes van lama’s, godheden en dansende figuren met veel armen, tussen gestileerde bloemen en bladeren.
Een vitrine vol godheden en lama’s, als een hemels paleis.

Binnen hangen onder andere de maskers van de Guru Tshengye, de ‘acht gedaanten van Guru Rinpoche’ (Padmasambhava), de leraar die in de 8e eeuw het boeddhisme naar Bhutan bracht en die we op deze reis overal tegenkwamen, van het Tijgernest tot de grot bij Zuri Dzong. Het zijn geen reïncarnaties maar verschijningsvormen: volgens de overlevering nam hij telkens een andere gedaante aan, vriendelijk of woest, al naargelang wat nodig was om een demon te temmen of iemand te onderwijzen. Bij de grote festivals worden deze acht gedaanten gedanst, met precies zulke maskers. Het gouden masker in het midden is de Guru zelf.

Van onderen gezien: een hoge witte gevel van de dzong met rijk gesneden en beschilderde houten vensters en erkers in bruin, rood en goud, onder een breed overstekend dak, met een bezoeker voor de ingang en iemand die omhoog kijkt.
Omhoog kijken in de Rinpung Dzong.
Een geplaveide binnenplaats van de dzong omringd door galerijen met rood, geel en zwart beschilderd houtwerk, met Dawa in een zwarte gho en witte kabney op de voorgrond en een paar bezoekers verderop, en een beboste helling erachter.
Dawa, met witte kabney, op de binnenplaats.

En dan eindelijk ook binnen in de Rinpung Dzong. Net als in Punakha is hij half klooster, half bestuurscentrum, met galerijen vol houtsnijwerk rond de binnenplaatsen. Op de foto draagt Dawa de witte kabney, de ceremoniële sjaal die elke Bhutaanse man over zijn gho slaat als hij een dzong binnengaat.

ParomuseumdzongGuru Rinpoche
ma 5 oktober · Chapelo Homestay, Paro

Een heetstenenbad, en afscheid aan tafel

Twee houten badkuipen naast elkaar in een kamer met muren van gestapelde natuursteen en houten balken, met dampend water.
De houten kuipen van het heetstenenbad.
Een houten badkuip met bloemen op het water, voor een laag stenen muurtje, met daarachter de vallei van Paro in het blauwe avondlicht, een paar lichtjes en bergen onder de wolken.
Bad met uitzicht, terwijl het donker wordt boven de vallei.

Als afsluiter van Bhutan gingen we naar Chapelo Homestay, voor een traditioneel heetstenenbad (dotsho). Het werkt zo: grote stenen uit de rivier worden urenlang in een vuur gloeiend heet gestookt, en dan in een apart vak van de houten kuip gelaten, achter een rooster zodat je je niet brandt. Het water sist, warmt op en neemt mineralen uit de steen op. Er gaan geneeskrachtige kruiden in, vaak artemisia, en hier ook bloemen. Bhutanezen zweren erbij tegen spierpijn en vermoeidheid, en na twee dagen trekken en de lange afdaling van het Tijgernest konden wij dat bevestigen.

Een oudere vrouw in een blauwe fleece zit op de houten vloer van een kamer met rijk beschilderde muren in geel, rood en groen, met zilveren kommen en kannen, een gele doek met bloemmotieven en een koperen olielampje.
De moeder van de eigenares, in de altaarkamer van haar huis.

De moeder van de eigenares liet ons haar altaarkamer zien, de choesham. Bijna elk traditioneel Bhutaans huis heeft er een: de mooiste kamer van het huis, meestal bovenaan, met beschilderde muren, een altaar met beelden van de Boeddha en Guru Rinpoche, boterlampjes en zeven offerkommetjes met water die elke ochtend gevuld en elke avond geleegd worden. Daar bidt de familie, en er komen monniken als er iets te vieren of te zegenen valt.

Vier mensen rond een lage tafel met een rood kleed met een gouden draak in een houten woonkamer: links Jack in een gestreepte gho, de moeder in een blauwe fleece, de eigenares in een beige vest, en rechts Dawa in een zwarte gho.
Jack, de moeder, de eigenares en Dawa, na het avondeten.

En dan het laatste avondmaal in Bhutan, op de vloer rond een lage tafel, met Jack en Dawa erbij en de twee vrouwen des huizes. Na negen dagen samen in de auto, op paden, in tempels en aan tafel was het meer een familie-etentje dan een reisprogramma. De volgende ochtend vroeg brachten Jack en Dawa ons naar de luchthaven van Paro, en vlogen we terug naar Nepal.

Parohomestayheetstenenbadafscheid

Nepal & Bhutan, september–oktober 2026. Hoogtes zijn schattingen; tarieven, ticketprijzen en openingsuren zijn cijfers van eind 2026 en schommelen — beschouw ze als richtgetallen voor de planning, niet als offertes.